This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Hellend dak: zonder onderdak

Een onderdak verdient om bouwfysische redenen altijd de voorkeur. In bepaalde situaties kan een onderdak echter ontbreken en is het niet altijd mogelijk om alsnog een onderdak aan te brengen. Ook al is er af en toe sprake van lichte vochtdoorsijpeling, dan kan het dak met Rockfit 431 ADAPT worden geïsoleerd. Deze isolatieplaten hebben een extra hoge waterafstotendheid.

Verwerking
Alvorens tussen de kepers te isoleren, vult u eerst de openingen tussen de kepers boven de gordingen met isolatie. Hiervoor kunt u stroken snijden uit Rockfit 431 ADAPT. Snij ze met enkele millimeters overbreedte, leg dan het passtuk op zijn kant en snij met circa 10 mm overdikte. Zo kunt u de stroken goed aansluitend in de openingen aanbrengen.  Snijden kunt u eenvoudig met een (Rockwool)mes.

Vervolgens isoleert u het dakvlak tussen de kepers. U snijdt Rockfit 431 ADAPT met een overbreedte van enkele millimeters ten opzichte van de netto-afstand tussen de kepers. Zo kunnen deze zelfknellend en goed aansluitend worden aangebracht.
Er zijn geen verdere mechanische  bevestigingen nodig. Al naargelang de keperafstand snijdt u in de lengte- of breedterichting van de plaat, voor het minste snijverlies.

In geval van een gordingdak plaatst u eerst kepers hart-op-hart 600 mm dwars tussen de gordingen en volledig tegen het dak aan. De breedte van de kepers mag beperkt zijn, circa 30 mm is al voldoende.
De hoogte van de kepers is gelijk aan deze van de te plaatsen isolatie. U kunt ze bevestigen met metalen hoekstukjes,op de koppen vast te schroeven tegen de gordingen. Op deze manier hoeft u het onderdak ook niet te doorboren.

Als netto afstand tussen de kepers houdt u enkele millimeters minder dan de plaatbreedte aan. Zo zullen de 600 mm brede isolatieplaten lichtjes knellend en goed aansluitend kunnen worden  aangebracht. Er zijn geen verdere bevestigingen nodig.

Smallere passtukken (bijvoorbeeld laatste rij in aansluiting tegen de scheidingsmuur) of kortere passtukken kunt u eenvoudig snijden met een (Rockwool)mes. Ook hier snijdt u de platen met enkele millimeters overbreedte voor een goede aansluiting.

Om beneden de vereiste maximum U-waarde van 0,4 m²K/W te blijven voor een traditioneel keperdak met pannen of leien, heeft u volgende isolatiedikte nodig:
•   Minstens 100 mm Rockfit 431 ADAPT (diverse keperafstanden).

Separaat dampscherm
Na plaatsing van de isolatie tussen de kepers, brengt u een lucht-/dampscherm aan.De luchtdichtheid verhoogt het thermisch rendement, het dampdrukverdelend effect vermijdt eventuele aftekening (positie van de kepers) op termijn op bijvoorbeeld gipskarton afwerkplaten.

U kunt hiervoor een polyethyleenfolie van 0,2 mm dikte nemen. Een zeer geschikt type is Rockwool Rockfol PE, op rol verkrijgbaar, met een hoge dampremmende werking.

De folie wordt eenvoudig vastgeniet op de kepers. De foliebanen plaatst u met een onderlinge overlapping van ± 100 mm en u plakt deze telkens af met een tape. De Rockwool Rockfol hechttape is hiervoor zeer geschikt. Zo wordt doorgang van lucht- of waterdamp via de overlappingen verhinderd. Zijdelings ter hoogte van de muurrand laat u enkele centimeters overbreedte.

Afwerking
Het dakvlak kan aan de binnenzijde met diverse materialen worden afgewerkt. Over het algemeen wordt de afwerking vastgeschroefd op het houten keperwerk. Elke schroef doorboort uiteraard het dampscherm, maar omdat de perforatie aansluit rond de spil van de schroef en hier goed vastgekneld zit, vormt dit geen probleem.

Is het dikteverschil tussen gording en kepers, na plaatsing van verdikkende latten op de kepers, vrij klein, dan kan de afwerking continu onder de gordingen door worden geplaatst.

De overbreedte van het dampscherm bij de zijdelingse aansluiting tegen de (scheidings)muur, laat u achter de afwerking doorlopen. Afwerking met een randlat maakt dat ook deze aansluiting goed luchtdicht zit. Is de overbreedte niet voldoende (wegens bijvoorbeeld een sleuf voor leidingen), dan kunt u uiteraard de randlat in de spouw aanbrengen.

Dienen er achter de wandafwerking kabels te worden doorgevoerd, dan worden na het plaatsen van het dampscherm eerst regels aangebracht. Deze kunnen op de kepers tussen de isolatie (door het dampscherm) worden geschroefd. Zo ontstaat een luchtspouw en wordt het dampscherm niet doorboord. Wat eventuele contactdozen voor stekkers en stopcontacten betreft:

  • Ofwel wordt voor opbouwtypes gekozen;
  • Ofwel wordt het leidingsleuf voldoende breed gedimensioneerd om inbouw mogelijk te maken zonder perforatie van het dampscherm.

Is de afwerking bedoeld voor extra geluidsisolatie t.o.v. buitengeluid, dan gelden nog de volgende raadgevingen:

  • Laat een kleine voeg tussen afwerking en aangrenzende vloer, muur of plafond. Deze wordt nadien opgevuld met een soepel voegmateriaal. Op deze manier wordt flankerende overdracht via “hard” contact sterk gereduceerd;
  • Akoestisch “buigslappe” afwerkingsmaterialen (zoals gipskarton) verdienen de voorkeur. Plaatst u deze in twee lagen,dan worden de lagen onderling geschroefd maar niet gelijmd, dit eveneens om geluidtechnische redenen.
 
Rockwool La protection incendie Brandveilige isolatie