This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Hellend dak: met onderdak

Controle van de bestaande situatie

  • Het onderdak dient vrij te zijn van vochtdoorslag. Eventuele lekkages dienen opgespoord en hersteld te worden. Is het onderdak waterdoorlatend, dan is het aanbrengen van waterdichte platen langs de onderzijde noodzakelijk. De gordingen blijven dan evenwel nog steeds onderhevig aan vochtdoorslag. In het ergste geval dient het onderdak te worden vervangen, wat ook verwijdering en heruitvoering van de dakbedekking impliceert;
  • Het onderdak dient dampdoorlatend en capillair te zijn.
    Vezelcementplaten of houten beschot zijn hiervoor geschikt. Bitumineuze materialen zijn sterk dampremmend. In dat geval is vervanging aangewezen, tenzij men uiterst secuur de dampdichting (damp/luchtscherm) aan de interieurzijde weet te verzorgen;
  • Is er geen onderdak, dan is het belangrijk om te weten of er geregeld vochtinsijpeling via de pannen of leien voorkomt. Is dat het geval, dan is een onderdak noodzakelijk en dient het dak opnieuw te worden uitgevoerd. Is er geen of hooguit verwaarloosbare vochtdoorslag, dan kan de renovatie zonder onderdak gebeuren.

Echter uit oogpunt van betere luchtdichtheid en bouwfysische kwaliteit van het dak verdient een onderdak steeds de voorkeur.

Isoleren van daken met onderdak
We spreken van een onderdak wanneer in het hellend dak een aaneengesloten beplating tussen de balklagen en de dakpannen aanwezig is. Volgens de thermische reglementering voor woongebouwen in zowel Vlaanderen, Wallonië als Brussel dient de U-waarde (warmtedoorgang) van het dak bij renovaties maximaal 0,4 W/m²K te zijn. Zo niet, wordt de bouwvergunning niet toegestaan.

Ook voor wie een bouwaanvraag niet van toepassing is en zijn dak wil isoleren, is dat maximum van 0,4 W/m²K een goed uitgangspunt voor de realisatie van een energiezuinige woning. Met Rockwool producten zijn diverse methoden mogelijk om het hellend dak efficiënt te isoleren.

Isoleren van gording- en keperdaken
In geval van een gordingdak, worden eerst kepers aangebracht, dwars tussen de gordingen en tegen het onderdak. De kepers hoeven niet breed te zijn, circa 30 mm is al voldoende. De keperhoogte komt overeen met de isolatiedikte.

U kunt de kepers bevestigen met metalen hoekstukjes en deze op de koppen vastschroeven tegen de gordingen. Op deze manier hoeft u het onderdak niet te doorboren.

Betreft de dakconstructie een keperdak (waarbij de kepers bovenop de gording, tegen het onderdak zijn verwerkt), dan vult u eerst de openingen aan de bovenzijde van de gordingen met isolatie. U kunt hiervoor stroken snijden uit de Rockwool isolatie. Dit kan eenvoudig met een (Rockwool)mes. Snijdt u enkele millimeters meer dan de keperdikte, dan kunt u de stroken goed aansluitend in de openingen aanbrengen.

Zijn de kepers minder dik dan de gewenste isolatiedikte (wat doorgaans het geval is), dan kunt u een lat hierop bijschroeven. Door “verdikking” van de bestaande kepers worden deze tegelijkertijd versterkt zodat ze ook de extra belasting van de bijkomende binnenafwerking aankunnen. Ook een zekere buiging van de kepers kan op deze manier recht gemaakt worden.

 

Verwerking SpijkerflensDeken 123
Isoleren met SpijkerflensDekens kan wanneer er een vaste netto afstand tussen de kepers is van 300, 450 of 600 mm. In geval van een gordingdak plaatst u eerst de kepers met netto tussenafstand van 300, 450 of 600 mm, al naargelang de gekozen breedte van de SpijkerflensDekens. Zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor de keperafstand, dan verdient 600 mm de voorkeur. Dit geeft het kleinste houtpercentage en dus ook de hoogste thermische prestatie.

Met SpijkerflensDekens plaatst u tegelijkertijd isolatie en een dampscherm. Evenwel blijven enkele richtlijnen ter verdere afwerking van het dampscherm noodzakelijk.
SpijkerflensDeken 123 is volledig omhuld met papier, wat het comfort bij de verwerking vergroot.

U snijdt de benodigde lengte eenvoudig af met een (Rockwool)mes. U brengt de deken vervolgens aan tussen de kepers. Bevestigen doet u door de flenzen op de kepers vast te nieten, dit circa om de 150 mm.

Is er een eindsectie met afwijkende breedte (aansluiting tegen scheidingsmuur), dan dient u uiteraard ook in de langsrichting pas te snijden. Hiervoor meet u de breedte van het wolpakket af met 5 tot 10 mm overbreedte. U verwijdert de wol met een (Rockwool)mes. De aluminiumlaminaat-bekleding snijdt u evenwel circa 30 mm breder. Op deze manier creëert u zelf een flens voor deze kant. U plaatst en niet het passtuk dan tussen de kepers op analoge wijze als deze met een standaardbreedte.

Bij plaatsing zullen de flenzen elkaar overlappen op de kepers. Deze overlapping plakt u nadien af met Rockwool Rockfol hechttape. Op deze manier creëert u een luchtdicht en dampremmend scherm.

Om beneden de vereiste maximum U-waarde van 0,4 m²K/W te blijven voor een traditioneel dak met pannen of leien, heeft u volgende isolatiedikte nodig:
•    Minstens 120 mm SpijkerflensDeken 123 (300, 450 of 600 mm breed).

Verwerking DeltaPlaat 212
Wat betreft de tussenafstand van de kepers heeft u in principe een grote vrijheid. De DeltaPlaat 212 laat alle mogelijke balkafstanden toe. De Rockwool DeltaPlaat is in twee driehoekige helften  gesneden, lengte 800 mm en breedte 500 mm. Door diagonaal te verschuiven wordt de sectiebreedte groter of kleiner.

Om de isolatie qua breedte op de juiste maat te maken, legt u op de werkvloer de twee driehoekige plaathelften zodanig, dat u een overbreedte van 5 tot 10 mm heeft t.o.v. de netto afstand tussen de kepers. Zo wordt de isolatie lichtjes gecomprimeerd en sluit deze goed aan. Er zijn geen verdere bevestigingen nodig. Het snijden kan eenvoudig met een (Rockwool)mes. De afgesneden punten zijn veelal nog bruikbaar voor het opvullen van holtes of kieren.

Zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor het bepalen van de keperafstand bij een gordingdak, dan kunt u hart-op-hart 500 mm aanhouden, deze afstand valt het meest gunstig uit.

Bij aansluiting aan zijmuur, dwarsmuur of nok, heeft u smallere of kortere passtukken nodig.
•   Voor smallere stukken schuift u de driehoekige helften verder naast elkaar door en maakt ze op analoge manier passend als voor de gewone keperafstand.
•   Voor kortere passtukken kort u de isolatie ook in de dwarsrichting in.

Om beneden de vereiste maximum U-waarde van 0,4 m²K/W te blijven voor een traditioneel dak met pannen of leien, heeft u volgende isolatiedikte nodig:
•   Minstens 100 mm DeltaPlaat 212 (keperafstand hart-op-hart 400 mm of meer).

Verwerking Rockflex 214
Isoleren met Rockflex 214 kan bij elke keperafstand, tot een maximum van hart-op-hart 600 mm (voor isolatiedikte 60 mm: maximum 450 mm). Rockflex 214 wordt geleverd in de vorm van een plaat-op-rol en is gecomprimeerd in dikte. Bij het opensnijden van de verpakking ontrolt de plaat zich en neemt haar nominale dikte aan.

De rolbreedte van Rockflex 214 is 1.000 mm. Met een (Rockwool)mes kunt u op eenvoudige wijze stroken snijden in de dwarsrichting van de isolatieplaat. U snijdt ze met een overbreedte van 5-10 mm,  zodat ze licht knellend en goed aansluitend tussen de kepers kunnen worden geplaatst. Er zijn geen verdere bevestigingen nodig. Voor de passtukken aan het uiteinde van een balksectie kunt u een strook inkorten en neemt u eveneens 5-10 mm overlengte in acht.

Om beneden de vereiste maximum U-waarde van 0,4 m²K/W te blijven voor een traditioneel dak met pannen of leien, heeft u volgende isolatiedikte nodig:
•    Minstens 120 mm Rockwool Rockflex 214, voor keperafstand hart-op-hart minstens 450 mm;
•    Minstens 140 mm Rockwool Rockflex 214, voor keperafstand hart-op-hart kleiner dan 450 mm.

 

Continuïteit van dampscherm verzekeren t.h.v. de gordingen
De continuïteit van het dampscherm is over de kepers heen verzekerd, maar is telkens onderbroken ter hoogte van de gordingen. Hiervoor snijdt u stroken Rockwool Rockfol PE, strookbreedte 300 tot 500 mm, al naargelang het dikteverschil tussen gording en geïsoleerd dakvlak. U niet de strook onderaan en zijdelings tegen de gordingen vast, verder plakt u de strook aan  weerszijden tegen het dampscherm van het dakvlak vast door middel van de Rockfol hechttape.

Afwerking
Het dakvlak kan aan de binnenzijde met diverse materialen worden afgewerkt. Over het algemeen wordt de afwerking vastgeschroefd op het houten keperwerk. Elke schroef doorboort uiteraard het dampscherm, maar omdat de perforatie aansluit rond de spil van de schroef en hier goed vastgekneld zit, vormt dit geen probleem.

Is het dikteverschil tussen gording en kepers, na plaatsing van verdikkende latten op de kepers, vrij klein, dan kan de afwerking continu onder de gordingen door worden geplaatst.

De overbreedte van het dampscherm bij de zijdelingse aansluiting tegen de (scheidings)muur, laat u achter de afwerking doorlopen. Afwerking met een randlat maakt dat ook deze aansluiting goed luchtdicht zit. Is de overbreedte niet voldoende (wegens bijvoorbeeld een sleuf voor leidingen), dan kunt u uiteraard de randlat in de spouw aanbrengen.

Dienen er achter de wandafwerking kabels te worden doorgevoerd, dan worden na het plaatsen van het dampscherm eerst regels aangebracht. Deze kunnen op de kepers tussen de isolatie (door het dampscherm) worden geschroefd. Zo ontstaat een luchtspouw en wordt het dampscherm niet doorboord. Wat eventuele contactdozen voor stekkers en stopcontacten betreft:

•   Ofwel wordt voor opbouwtypes gekozen;
•   Ofwel wordt het leidingsleuf voldoende breed gedimensioneerd om inbouw mogelijk te maken zonder perforatie van het dampscherm.

Is de afwerking bedoeld voor extra geluidsisolatie t.o.v. buitengeluid, dan gelden nog de volgende raadgevingen:
•   Laat een kleine voeg tussen afwerking en aangrenzende vloer, muur of plafond. Deze wordt nadien opgevuld met een soepel voegmateriaal. Op deze manier wordt flankerende overdracht via “hard” contact sterk gereduceerd;
•   Akoestisch “buigslappe” afwerkingsmaterialen (zoals gipskarton) verdienen de voorkeur. Plaatst u deze in twee lagen,dan worden de lagen onderling geschroefd maar niet gelijmd, dit eveneens om geluidtechnische redenen.

 
Rockwool La protection incendie Brandveilige isolatie