Begane grondvloer: beton
In bestaande en al wat oudere woningen is aan de thermische isolatie van de begane grondvloer, boven kelder of kruipruimte, doorgaans geen enkele aandacht besteed. Voor de realisatie van een energie-efficiënte woning is een goede isolatie van deze vloeren echter belangrijk.
Thermisch isolatieniveau
Volgens de thermische reglementering voor woongebouwen in zowel Vlaanderen, Wallonië als Brussel dient de U-waarde (warmtedoorgang) van de “onderste vloer” bij renovaties maximaal 0,6 W/m²K te zijn als de kelder of kruipruimte niet vorstvrij is. Is deze wel vorstvrij, dan is dit maximaal 0,9 W/m²K. Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de bouwvergunning niet toegestaan.
Ook als een bouwaanvraag niet van toepassing is, is dit een goed uitgangspunt voor een energiezuinige woning. Voor het isoleren van de onderkant van betonnen begane grond vloeren is de Rockwool BouwPlaat 211 of 221 zeer geschikt. Om minstens te voldoen aan de hierboven genoemde U-waarden, zijn voor een gangbare samenstelling van betonnen vloer (holle welfsels of breedplaatvloer, chape en tegels), volgende isolatiediktes richtinggevend (is ook afhankelijk van het aantal en de diameter van de bevestigers i.v.m. thermische geleiding):
- Circa 60 mm BouwPlaat 211 of 221 voor U < 0,6 w/m²k;
- Circa 40 mm BouwPlaat 211 of 221 voor U < 0,9 w/m²k.
De aangewezen dikte voor een gewenste U-waarde kunt u handig berekenen met Rockwool K-Calc. Met dit programma kunt u het K-peil van de ganse woning berekenen, maar ook de U-waarde van elk afzonderlijk oppervlak.
Verwerking van de isolatie
De onderzijde van de betonvloer dient min of meer vlak te zijn. Relatief kleine onregelmatigheden kunnen probleemloos door de isolatie worden opgevangen. Verder moet de vloer droog zijn en in geval van bevestigingen met lijmankers, stofvrij.
De BouwPlaat 211 of 221 is voldoende stevig om indrukking ter hoogte van de bevestigers te beperken. Bij het isoleren worden de platen gewoon tegen elkaar aan geplaatst. Kortere of smallere passtukken, bij aansluiting op muren of bij andere onderbrekingen, worden eenvoudig gesneden met een (Rockwool)mes. De passtukken snijdt u met een overbreedte van enkele millimeters, voor een goede aansluiting met dichte voegen tijdens de plaatsing.
De bevestiging kan gebeuren:
- Door middel van boorankers met geïntegreerde klemplaat. U boort eerst gaten in de betonvloer. De boorankers worden door de isolatieplaat geprikt en vervolgens met een hamer in de vloer geslagen, tot de isolatie lichtjes onder de rozet knelt;
- Met lijmankers. Met dit systeem is risico op schade aan de betonwapening bij boren uitgesloten. De ankers worden vooraf op het droge en stofvrije oppervlak geplaatst, met speciale door de fabrikant van de ankers meegeleverde lijm. De isolatieplaten worden nadien door de ankers heengeprikt. Vervolgens worden klemplaatjes over de ankers geschoven, tot de isolatie lichtjes knelt.
Wat betreft het aantal bevestigers geldt in het algemeen:
- 5 stuks per isolatieplaat, bij isolatiedikte kleiner dan 75 mm (1 op elk van de 4 hoeken, de vijfde bevestiger in het midden van de plaat);
- 3 stuks per isolatieplaat, bij isolatiedikte > 75 mm (meer eigen stijfheid van de isolatie, 2 op de uiteinden van een lange zijde, 1 in het midden van de tegenoverliggende zijde);
- 1 of 2 stuks voor elk passtuk, naargelang de grootte.
Afwerking
BouwPlaat 211 en 221 zijn optioneel verkrijgbaar met een mineraal vlies in naturel of zwarte kleur. Om bouwfysische redenen mag niet voor een dampremmende afwerking worden gekozen.

Français