Maximale U-waarden en minimale R-waarden
In bijlage 3 van het energieprestatiebesluit zijn de eisen aan maximale U-waarden en minimale R-waarden opgenomen:
| Constructiedeel | Umax [W/m2.K] | Rmin [m2.K/W] | |
| 1 | Scheidingsconstructies die het beschermd volume omhullen, met uitzondering van de scheidingsconstructies die de scheiding vormen met een aanpalend beschermd volume | ||
| 1.1 | Transparante scheidingsconstructies, met uitzondering van deuren, poorten, gordijngevels en glasbouwstenen | ||
| Oppervlaktegewogen gemiddelde waarde van de transparante scheidingscon- structie | 2,5 | ||
| Centrale U-waarde van elk glaspaneel | 1,6 | ||
| 1.2 | Opake scheidingsconstructies met uitzondering van deuren, poorten en gordijn- gevels | ||
| 1.2.1 | Daken en plafonds | 0,4 | |
| 1.2.2 | Muren niet in contact met de grond (met uitzondering vqn de muren bedoeld in 1.2.4) | 0,6 | |
| 1.2.3 | Muren in contact met de grond | 1,0 | |
| 1.2.4 | Verticale en hellende scheidingsconstructies in contact met een kruipruimte of met een kelder buiten het beschermd volume | 1,0 | |
| 1.2.5 | Vloeren in contact met de buitenomgeving | 0,6 | |
| 1.2.6 | Andere vloeren (vloeren op volle grond, boven een kruipruimte of boven een kelder buiten het beschermd volume, ingegraven keldervloeren) | 0,4 | 1,0 |
| 1.3 | Deuren en poorten (met inbegrip van kader) | 2,9 | |
| 1.4 | Gordijngevels | ||
| Oppervlaktegewogen gemiddelde waarde van de gordijngevel | 2,9 | ||
| Centrale U-waarde van elk glaspaneel | 1,6 | ||
| 1.5 | Glasbouwstenen | 3,5 | |
| 2 | Scheidingsconstructies tussen 2 beschermde volumes op aangrenzende percelen | 1,0 | |
| 3 | Opake scheidingsconstructies binnen het beschermd volume of palend aan een bestaand beschermd volume op eigen perceel (met uitzondering van deuren of poorten) | ||
| 3.1 | Tussen aparte wooneenheden | 1,0 | |
| 3.2 | Tussen wooneenheden en gemeenschappelijke ruimten (trappenhuis, inkomhal, gangen, …) | 1,0 | |
| 3.3 | Tussen wooneenheden en ruimten met een niet-residentiele bestemming | 1,0 | |
| 3.4 | Tussen ruimten met een industriële bestemming en ruimten met een niet-industriële bestemming | 1,0 |
Twee procent (2%) van de uitwendige schil hoeft niet aan deze eisen te voldoen.
De wijze waarop de warmtedoorgangscoëfficiënten moeten worden berekend, is vastgelegd in de norm NBN B 62-002 en addenda. (nvdr NBN B62-002 is in herziening. De ontwerpversie is klaar sinds midden 2006 en in voorbereiding voor publieke enquête).

Français