This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Koudebruggen

Een koudebrug in een constructie is heel algemeen te definiëren als:

een gedeelte uit de constructie waar een grotere warmtetransmissie van binnen naar buiten zal plaatsvinden dan in de rest van de constructie.

Deze grote transmissie is het gevolg van de kleinere warmteweerstand van de koudebrug in vergelijking met de weerstand van de omliggende bouwdelen.

Om raamopeningen te overspannen of buitenspouwbladen, balkons en dergelijke te dragen, zijn constructieve elementen nodig. Deze elementen moeten krachten overbrengen aan de draagconstructie van het gebouw: de vloeren, de bouwmuren en het binnenspouwblad. Deze verbindende elementen zijn vaak van staal of beton en vormen een koudebrug als ze niet of onvoldoende worden geïsoleerd. Naar vorm kan er onderscheid worden gemaakt tussen lijnvormige (“tweedimensionale”) en geconcentreerde (“driedimensionale” of “puntvormige”) koudebruggen. Voorbeelden van lijnvormige koudebruggen zijn: lateien, gevelbalken en dakranden. Voorbeelden van geconcentreerde koudebruggen zijn: consoles, stalen ankers, e.d.

De gevolgen van een koudebrug hangen samen met de relatief lage warmteweerstand en in veel gevallen met de plaats van een koudebrug. Het gevolg van de lagere warmteweerstand van een koudebrug is warmteverlies en een lagere oppervlaktetemperatuur aan de binnenzijde van de constructie. De lagere oppervlaktetemperatuur kan, naast eventuele comfortklachten, leiden tot; condensatie van waterdamp op het binnenoppervlak en ten gevolge daarvan tot schimmelvorming.
Bij relatief slecht geïsoleerde constructies waren, voor een geheel gebouw, de extra warmteverliezen door koudebruggen slechts ongeveer 5%. Bij de zeer goed geïsoleerde constructies van deze tijd kunnen, voor dezelfde soort koudebruggen, de extra warmteverliezen wel tot 30% of meer oplopen. Dit betekent dat koudebruggen niet alleen meer een vochttechnisch maar ook een energetisch probleem zijn geworden.

Vanwege hun plaats, zoals: in hoeken van ruimten, langs de vloer of het plafond, zijn veel koudebruggen slecht bereikbaar voor de in het lokaal aanwezige warme luchtstromen. Dat heeft tot gevolg dat koudebrugverschijnselen als vochtplekken en/of schimmelvorming niet verdwijnen als er meer wordt geventileerd.

Berekening koudebruggen
Om een maat voor de ernst van de koudebrug aan te kunnen geven, is de zgn. temperatuurfactor (f) ingevoerd. De f-factor karakteriseert de thermische kwaliteit van een constructie en wordt als volgt berekend:

To     
Te
Ti 
= binnenoppervlaktetemperatuur
=  buitenluchttemperatuur
=  binnenluchttemperatuur 

Een hoge f facor is gunstig, een lage ongunstig. De f-factor geldt zowel voor simpele laagsgewijze opgebouwde constructies als voor constructies met koudebruggen of hoeken met een meer-dimensionale beïnvloeding.

Het WTCB (WTCB-tijdschrift zomer 1997) beveelt aan dat de temperatuurfactor tenminste gelijk zijn aan 0,70. Deze waarde biedt geen garantie dat nooit oppervlaktecondensatie zal optreden, maar problemen van enige betekenis behoeven dan niet te worden verwacht.

Bij een meerdimensionale aansluiting is het vrijwel onmogelijk de f-factor op eenvoudige wijze te berekenen. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van een computerprogramma.

 
Rockwool La protection incendie Brandveilige isolatie