This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Brand genormeerd

Hoewel iedere brand anders is, is de ontwikkeling van een brand goed te beschrijven. Het aantal mogelijke parameters dat van invloed kan zijn op een brand is echter heel groot. Alleen het weer kan al een zeer grote invloed hebben op de wijze van  branduitbreiding. Toch is het nuttig om van bepaalde scenario’s uit te gaan voor bijvoorbeeld het onderling kunnen vergelijken van materialen of constructies. De meest bekende hiervan is de genormaliseerde temperatuur-tijdkromme, welke met geringe onderlinge verschillen onder meer is vastgelegd in de ISO 834 , NBN 713-020 (BE) en EN 1363-1 (EU). Daarbij wordt uitgegaan van een volledig ontwikkelde brand, dus na de vlamoverslag, zoals blijkt uit de figuur hieronder.

Figuur: relatie tussen een natuurlijke brand en de standaard brandkromme (Bron: Ten Hagen & Stam, v. Dam)

De genormaliseerde temperatuur-tijdkromme is gebaseerd op de verbranding van cellulose-houdende materialen, zoals hout, en wordt daarom ook wel met cellulosebrand aangeduid. De kromme kan wiskundig worden beschreven met de formule (ISO 834; NBN-EN 1363-1):

  345 log (8t + 1) + 20
 
waarin:
T


=
 

de gemiddelde oventemperatuur in ºC
de tijd in minuten

Deze  genormaliseerde kromme is het uitgangspunt van de regelgeving voor de gebouwde omgeving.

Voor een brand buiten een gebouw kan er van uit worden gegaan dat er veel koude buitenlucht ingemengd wordt en veel hitte verdwijnt. Hierdoor zou de temperatuur minder hoog oplopen. Daarom kan in dergelijke situaties gebruik gemaakt worden van de in de EN 1363-2 gegeven “external fire exposure curve”. Dit wil overigens niet zeggen dat bij een brand van pallets tegen de gevel de temperatuur niet veel hoger kan worden.

Figuur: Diverse brandkrommen onderling vergeleken

Naast deze twee curves voor de gebouwde omgeving worden er nog twee genormaliseerde beschrijvingen gebruikt voor een brand met bijzonder verloop. Dit zijn de hydrocarbon-curve en de slow heating curve. De hydrocarbon-curve simuleert een olie- of gasbrand en wordt bijvoorbeeld toegepast in de petrochemische industrie of voor booreilanden. Er wordt uitgegaan van een snelle opbouw tot maximaal 1100ºC. De slow heating curve simuleert een brand in een ruimte waarin veel materialen aanwezig zijn die reactief zijn onder de invloed van warmte. Er wordt vanuit gegaan dat de temperatuur in een dergelijke ruimte minder snel stijgt in geval van brand. In voorgaande figuur worden diverse brandkrommen onderling vergeleken. In feite heeft iedere brand zijn eigen curve en is dus maatwerk!

 
Rockwool La protection incendie Brandveilige isolatie