Massawet
Voor de meeste waarden kan men de luchtgeluidisolatie berekenen uit de opbouw van de wand en uit de eigenschappen van de gebruikte materialen. De nauwkeurigheid van de prognoses verschilt naargelang de complexiteit van de wand (enkelvoudige wand, dubbeln wand) en naargelang de complexiteit van het gebruikte rekenmodel.
Mits een aantal aannamen en beperkingen, komt men tot zeer eenvoudige modellen voor de luchtgeluidsisolatie. De bruikbaarheid van eenvoudige modellen is beperkt, maar zij geven een goed inzicht in de belangrijkeparameters die de luchtgeluidisolatie bepalen.
Voor enkelvoudige, homogene, buigslappe constructies (dit betekent: zeer dun of vervaardigd uit een weinig stijf materiaal), is de geuidisolatie in een eerste benadering enkel afhankelijk van de massa van de constructie en van de frequentie van het geluid. De formule die deze luchtgeluidisolatie uitdrukt, noemt men de 'massawet'. Door onder meer aansluitingen in de praktijk komt de theoretische massawet niet overeen met de geluidsisolatie in de praktijk. Door vele proeven is de ‘praktische massawet’ ontwikkeld, waarmee de geluidsisolatie bij 500 Hz berekend kan worden. De geluidsisolatie bij andere frequenties kan gevonden worden door bij een verdubbeling van de frequentie 5 dB op te tellen bij de waarde bij 500 Hz en bij halvering er 5 dB van af te trekken. De 'praktische massawet' wordt:
R500 = 17,5·log m + 3 [dB]
Waarin:
m: de oppervlaktemassa van de wand [kg/m2]
Samengevat:
grotere massa → hogere geluidsisolatie
hogere frequentie → hogere geluidsisolatie
De massawet is maar geldig mits een aantal aannamen. De constructie miet buigslap zijn. Voor werkelijke, buigstijve constructies, treden bijzondere effecten als coïncidentie op, die de geluidsisolatie verminderen.

Français