This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Luidheid en waarneming

Er wordt een groot aantal verschillende grootheden en eenheden gebruikt in de bouwakoestiek. Sommige hebben een technische reden, andere hebben te maken met de wijze waarop mensen geluid en trilling waarnemen. Tot deze categorie behoren de eenheden decibel (dB) en de dB(A).

De decibel is een logaritmische maat. Behalve vanwege meer principiële, technische redenen is de decibel erg handig omdat hiermee 'het aantal nullen' in de getallen tot werkbare proporties is teruggebracht.

De geluiddrukvariaties die net hoorbaar zijn, zijn een factor 10.000.000 kleiner dan de geluiddrukniveaus bij de pijngrens. Voor trillingen geldt iets dergelijks. De decibel is ook hier een belangrijke eenheid.

Voor de wiskundige maat dB is gekozen, omdat anders de schaal (met de daarbij behorende getallen) te lang of te groot zou worden. De consequentie is echter dat er niet ‘normaal’ mee gerekend kan worden. Twee gelijke geluiddrukniveau’s bij elkaar opgeteld leidt doorgaans slechts tot een verhoging van 3 decibel. Dus 40 dB + 40 dB =  43 dB. Als twee geluiddrukniveau’s 10 decibel of meer verschillen, dan heeft de laagste waarde vrijwel geen invloed meer. Dus 60 dB + 70 dB ≈ 70 dB.

Voor het menselijk oor lijkt een geluid pas tweemaal zo luid als het ongeveer 8-10 dB sterker is. Een geluiddrukniveau van 60 dB klinkt dus twee keer zo hard als een geluiddrukniveau van 50 dB. Verschillen van 1 dB zijn niet waarneembaar, maar verschillen van 2 tot 3 dB zijn duidelijk hoorbaar.

 

OmschrijvingGeluidsniveau
Geritsel van bladeren20 dB
Fluisteren op 1m afstand30 dB
Normaal gesprek55 dB
Rustig restaurant60 dB
Radio (luid)80 dB
Motor90 dB
Machinekamer100 dB
Vrachtauto105 dB
Popgroep115 dB
Straalvliegtuig130 dB
Pijngrens140 dB

Tabel: Voorbeeld van optredende geluiddrukniveaus

Een van de eerste aanpassingen van de dB schaal is het opnemen van de gevoeligheid van het oor voor verschillende frequenties in één grootheid. Bij een zelfde fysisch geluiddrukniveau wordt een toon van 100 Hz als veel minder luid dan een toon van 1000 Hz ervaren. Door hiervoor een correctie aan te brengen, kan de luidheid van geluiden met verschillende frequenties onderling worden vergeleken en ontstaat een bruikbare hindermaat. Dit is de dB(A). De 'oorgevoeligheid' van geluid is als het ware in de eenheid ingebouwd, waardoor de dB(A) waarde van een geluid een maat wordt voor de subjectieve luidheid die de toehoorder waarneemt.

Door de geluiddrukniveaus voor elke frequentie te corrigeren en bij elkaar op te tellen wordt een ‘gewogen’ geluiddrukniveau verkregen. Deze wordt uitgedrukt in de eenheid dB(A). De A-correcties voor de octaafbanden van 63 Hz tot 8000 Hz staan in onderstaande tabel vermeld.

fm (Hz)Ai (dB)
63-26,2
125-16,1
250-8,6
500-3,2
10000
20000
40001,1
8000-1

Tabel  De genormaliseerde A-correcties Ai

Bij luchtgeluidisolatie houdt men rekening met het geluidsspectrum van de lawaaibron door een correctie toe te passen op de gewogen geluidisolatie. De gewogen geluidsisolatie voor wordt lager naarmate het geluidsspectrum van de lawaaibron meer lage frequenties bevat. Geluid met lage frequenties wordt gemakkelijker overgedragen door constructies. De volgende correcties worden toegepast:

C
Ctr   
[dB]:  
[dB]: 
correctie voor spoorweggeluid en wegverkeersgeluid bij hoge snelheden (autowegen)
correctie voor wegverkeersgeluid en vliegtuiggeluid

 
Rockwool La protection incendie Brandveilige isolatie