Coïncidentie
Wanneer een wand loodrecht op zijn vlak wordt aangestoten door een puntkracht, ontstaat een 'vrije buiggolf' in de wand. De wand trilt heen en weer, met golfbewegingen loodrecht op het vlak van de wand. Deze golfbewegingen breiden zich uit over het plaatoppervlakte, met een golfsnelheid die afhangt van de wanddikte, het wandmateriaal en de frequentie. Men noemt dit een 'vrije buiggolf', omdat de golfsnelheid niet door een uitwendige golf wordt opgelegd, maar eigen is aan de wand zelf.
Wanneer een geluidsgolf in de lucht schuin op een wand valt, ontstaat een 'gedwongen buiggolf' in de wand. De wand trilt heen en weer, met golfbewegingen loodrecht op het vlak van de wand. Deze golfbewegingen volgen perfect de geluidsgolf in de lucht: vandaar de term 'gedwongen buiggolf'.
Wanneer de geluidssnelheid van de invallende geluidsgolf in de lucht, parallel met de wand, gelijk is aan de snelheid van de vrije buiggolf, spreken we van 'coïncidentie'. De invallende geluidsgolfvalt perfect samen met de buiggolf die vrij in de constructie zou (willen) lopen. Bij deze frequentie en invalshoek wordt het geluid zeer gemakkelijk doorgelaten: de luchtgeluidsisolatievan de wandvermindert.
De grensfrequentie (fg) is de laagste frequentie, bij een geluidsinval parallel met de wand, waarbij coïncidentie optreedt.
Buigstrijve wanden (beton) hebben een lage coïncidentiefrequentie (fg). Deze frequentie wordt (bijna) niet door het menselijk oor waargenomen.
De grensfrequentie voor coïncidentie (fg) wordt bepaald met de formule:
| fg. d | = materiaalconstante |
| d | = dikte van de constructie in mm |
| materiaal | fg-d | voorbeeld 1: d (mm) | fg (Hz) | voorbeeld 2: d (mm) | fg (Hz) |
| staal | 12800 | 1 | 12800 | 3 | 4267 |
| beton | 17300 | 100 | 173 | 200 | 87 |
| kalkzandsteen | 21400 | 100 | 214 | 210 | 100 |
| gipskarton | 35500 | 12,5 | 2840 | 15 | 2367 |
| hout | 2500 | 12 | 208 | 22 | 114 |
| lood | 51200 | 0,5 | 120400 | 2 | 25600 |
Tabel: Voorbeelden van grensfrequenctie voor coïncidnetie (fg)

Français