Akoestiek in de praktijk
Het akoestische comfort in (woon)gebouwen wordt voornamelijk bepaald door de factoren luchtgeluidsisolatie, contactgeluidsisolatie en geluidabsorptie. De mate waarin een constructie presteert op deze drie gebieden geeft een goed beeld van het akoestische comfort van een constructie.
Luchtgeluidsisolatie
Geluidsisolatie is de mate waarin geluid verhinderd wordt naar een andere ruimte door te dringen. De mate waarin een wand of een constructie isoleert tegen luchtgeluid, wordt uitgedrukt in dB door de gewogen geluidverzwakkingsindex Rw van de wand voor labometingen of door de gewogen geluidsisolatie DnT,w (*) tussen 2 ruimten voor metingen in het werk (‘in situ’). Een hogere waarde geeft aan dat een bouwelement minder luchtgeluid door laat.
Contactgeluid
Contactgeluid ontstaat door contact van twee voorwerpen. Het gewogen uitgedrukt in Ln,w (labo) of L’nT,w (*) (“in situ”). Men maakt geluid met een hamermachine op de vloer en meet het resulterende geluidsniveau aan de andere zijde. Hier geldt hoe lager de gemeten waarde, hoe beter het akoestisch comfort.contactgeluidsdrukniveau wordt

Français